Introductie
Marjolein van Eijndhoven, geboren op 6 november 1955, is volkomen autodidact. Van haar ouders mocht zij niet naar de kunstacademie, later is haar dit vaak afgeraden omdat het de originaliteit van haar werk niet ten goede zou komen.
Zij begon met schilderen op haar 15e, met het schilderij Overmacht (1970, zie afbeelding) . Zeker in de beginperiode heeft zij geschilderd om haar gevoelens te verwerken, het was een vorm van therapie. Door allerlei redenen was zij zeer gesloten, soms zelfs depressief en voelde zich vaak heel eenzaam.
Ook toen zij in 1975 trouwde en twee jaar later haar eerste kindje kreeg, is zij blijven schilderen. Vaak was dat ’s nachts, omdat “de dagen in die jaren gevuld waren met luierwas en snoeten poetsen!” Haar huwelijk eindigde na 10 jaar in een echtscheiding, en zij voedde haar 5 kinderen verder alleen op. In die periode heeft het schilderen haar geholpen de dingen op een rijtje te krijgen, zichzelf te uiten en de ruimte te pakken die voor haar noodzakelijk was. Het hielp haar ook in haar zelfontwikkeling. Daarnaast werd schrijven voor haar een 2e uitlaatklep. Gedichtjes en columns zijn sindsdien een andere vorm van verwerken.
Tussen 1978 en 1988 heeft zij regelmatig geëxposeerd, onder andere in Tholen, Bergen op Zoom, Roosendaal, en Tilburg. Daarna heeft zij de exposities gelaten voor wat het was, omdat de combinatie van kinderen en een fulltimebaan alle aandacht en tijd opeisten. De enige die zij in 1991 nog deed was een expositie bij de opening van het nieuwe Stadskantoor van Breda, waar zij destijds werkte. Veel schilderijen uit die tijd zijn verkocht of weggegeven, anderen hebben jaren op zolder gestaan en hangen hier tussen.
Tussen 1997 en 2010 heeft het schilderen helemaal stil gelegen. Andere zaken hadden prioriteit, zoals haar werk als grafisch vormgever en uitvliegende studerende kinderen, maar ook een nieuwe relatie. Voor haar werkgever schreef zij jarenlang in de personeelskrant columns, die haar dochter Suzanne de Riet, intussen afgestudeerd aan Sint Joost in Breda, voorzag van een mooie illustratie.
De laatste twee jaar is zij weer aan het schilderen, probeert nieuwe technieken uit en experimenteert met verschillende soorten verf. Waar zij in haar eerste periode alleen met olieverf werkte, is zij nu aan het werk met acrylverf en diverse verdikkingsmiddelen, paletmes en spatels, schrapers en andere instrumenten. Haar werk is veranderd, maar heeft dikwijls nog steeds een zweem van eenzaamheid in zich. Het ademt vaak een zekere mate van spiritualiteit en leent zich voor meerdere interpretaties. De één spreekt het heel erg aan, een ander doet het niets.
Zij werkt ook in opdracht, maar dan meestal abstract. Kleur is voor haar heel belangrijk, maar die kleur is altijd in overeenstemming met haar emotie. Zoals zij zelf zegt over kleuren: “Een rood schilderij kan ik niet maken wanneer ik mij blauw voel. Zwart is voor velen een depressieve, donkere kleur, die echter voor mij heel veel bescherming kan betekenen. Dat hoeft niet altijd negatief te zijn. Een zeegezicht, de branding kan ik met donkerrood en paars schilderen omdat ik me op dat moment zo voel. Ergens in een schilderij moet mijn ziel zitten, anders is het niet goed. Ik geef altijd een stukje van mijzelf weg in een doek, pas dan krijg ik er ook een schilderij voor terug.”
Lang niet alle schilderijen zijn voor de verkoop. Er zijn doeken die niet te koop zijn vanwege hun emotionele band die zij ermee heeft. Het doek “Zomer in Frankrijk” en “Herinneringen” zijn van die schilderijen. De laatste bijvoorbeeld is een doek dat ze geschilderd heeft als herinnering aan haar in 2007 en 2011 overleden ouders. Het verbeeldt de flarden van herinneringen die er nog steeds zijn, die echter onverbiddelijk zullen gaan vervliegen in de loop der jaren.